
De Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit hebben afspraken gemaakt over de hoogte van de collegegelden van tweede masters.
De twee universiteiten hebben afgesproken om geen concurrentie met elkaar te voeren. Dat schrijft De Volkskrant vandaag.
Deze afspraak blijkt uit notulen van gezamenlijke bestuursvergaderingen, die de Stichting Collectieve Actie Universiteiten (SCAU) in een dagvaarding naar acht universiteiten heeft verstuurd.
Sinds vorig collegejaar mogen universiteiten hun eigen tarieven bepalen voor tweede masters, omdat de overheid hier niet meer bijdraagt. De UvA en de VU rekenen nu allebei 14.000 euro voor de opleidingen.
Volgens het SCAU zijn deze kosten te hoog, en is het niet toegestaan om hier prijsafspraken over te maken. De UvA erkent dat er contact is geweest met de VU, maar dat is niet de reden dat de kosten gelijk zijn. "We zijn vergelijkbare instellingen." Volgens de VU willen de instellingen elkaar inderdaad niet financieel beconcurreren.









